Advies brandveiligheid

De branden in Volendam (2001), de Schipholbrand (2005) en de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk (2011) zijn enkele bekende voorbeelden van de grote gevolgen waartoe een brand kan leiden. Iedere grote brand begint echter met een kleine brand. In hoeverre deze kleine brand zich kan ontwikkelen, is afhankelijk van de getroffen preventieve en repressieve voorzieningen. Maar welke voorzieningen moet je treffen en wanneer is een gebouw of procesinstallatie voldoende beschermd tegen de kans op, en de gevolgen van een brand? Wij geven je advies over brandveiligheid.

Gevaren van brand

Brand, ook wel ongewenst vuur genoemd, kent verschillende gevaren voor mensen, dieren en materialen. In de eerste plaats vormt de hitte die vrijkomt bij brand een gevaar. Door hitte kunnen mensen en dieren gewond raken of komen te overlijden. Materialen kunnen ontsteken of beschadigd raken als gevolg van de hitte die vrijkomt bij brand. Gaat het om een binnenbrand, dan vormt de rook echter het belangrijkste gevaar van een brand. Rook belemmert het het zicht en is het giftig. De meeste mensen die omkomen bij een binnenbrand, overlijden aan de gevolgen van rook. Het aantal doden door brand in Nederland blijft vrij constant en bedraagt circa 60-80 personen per jaar (CBS, Brandweerstatistiek 2012). Het grootste deel van deze slachtoffers komt doorgaans om bij brand in een woning (IFV, Jaaroverzicht fatale woningbranden 2018). Wat toeneemt, zijn de kosten van brand, de kosten voor de brandweer en de kosten als gevolg van brandschade. Volgens sommige bronnen is ongeveer de helft van de ondernemingen enkele jaren na een grote brand failliet.

Wanneer is brandveilig veilig genoeg?

De regels omtrent brandveiligheid is vastgelegd in de wet- en regelgeving. Om te voorkomen dat een brand plaatsvindt en om de gevolgen van een eventuele brand te beperken, treffen eigenaren en gebruikers van gebouwen en procesinstallaties allerlei brandveiligheidsmaatregelen. Maar wanneer is een gebouw of procesinstallatie nu precies brandveilig? Dit hangt af van de brandveiligheidsdoelen die de eigenaar of gebruiker zichzelf heeft gesteld. In de meeste gevallen beperken gebouw- en installatie-eigenaren of -gebruikers zich tot de zogenaamde publiekrechtelijke brandveiligheidsdoelen. Dit zijn de brandveiligheidsdoelen die zijn gesteld in de wet- en regelgeving, zoals het bouwrecht en het milieurecht. Vaak beperken deze doelen zich tot het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen van schade aan gebouwen en het milieu buiten het eigen terrein. De beperking van materiële schade is geen doel van publiekrechtelijke regelgeving.

Aanvullend advies brandveiligheid

In sommige gevallen stelt een verzekeraar aanvullende brandveiligheidsdoelen waaraan moet worden voldaan. Dit noemen we privaatrechtelijke brandveiligheidsdoelen. Het voldoen aan de aanvullende brandveiligheidsdoelen van een verzekeraar kan een voorwaarde zijn voor het afsluiten van een verzekering. Daarnaast kan een eigenaar of gebruiker zelf aanvullende brandveiligheidsdoelen stellen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat door een brand de bedrijfscontinuïteit in het geding komt. Aan welke brandveiligheidsdoelen in een specifieke situatie moet worden voldaan, wordt door de betrokken partijen (eigenaar, gebruiker, brandweer, verzekeraar) doorgaans vastgelegd in een brandbeveiligingsconcept. In zo’n concept wordt ook beschreven hoe – lees: met welke brandveiligheidsmaatregelen – deze doelen worden bereikt.

Brandbeveilgingsconcept

Zoals gezegd beschrijft een brandbeveiligingsconcept voor een bepaald object – gebouw of procesinstallatie – welke brandveiligheidsdoelen betrokkenen willen bereiken en met welke brandveiligheidsmaatregelen. Brandveiligheidsmaatregelen worden doorgaans onderverdeeld in bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen, kortweg BIO-maatregelen. De verhouding tussen die BIO-maatregelen kan per situatie verschillen. Soms kan het, bijvoorbeeld door lage personele bezetting, meer inzetten op bouwkundige en installatietechnische brandveiligheidsmaatregelen, terwijl in andere gevallen organisatorische maatregelen, zoals een BHV-organisatie of bedrijfsbrandweer, de voorkeur hebben. Welke BIO-maatregelen worden gekozen, wordt gebaseerd op een risicoanalyse. Ook de brandveiligheidsmaatregelen in de wet- en regelgeving – bijvoorbeeld in het Bouwbesluit – zijn gebaseerd op een risicoanalyse. Soms worden de wettelijke voorgeschreven brandveiligheidsmaatregelen voldoende geacht – veelal in standaard situaties – en soms zijn meer of andere maatregelen gewenst. Het proces van het vaststellen van de brandveiligheidsdoelen, de risicoanalyse en de selectie van maatregelen wordt gedocumenteerd in het brandbeveiligingsconcept. Tot slot zijn er, na het treffen van de maatregelen, altijd nog restrisico’s. Ook deze restrisico’s moeten worden onderkend en beschreven in het concept.

Advies brandveiligheid van Oostkracht10

Of het nu om een nieuwe ontwikkeling gaat of om een bestaand gebouw of procesinstallatie, Oostkracht10 geeft u graag advies over de brandveiligheid binnen uw bedrijf. Bijvoorbeeld door:

  • Een klankbord te zijn bij het vaststellen van uw brandveiligheidsdoelen;
  • Het doen van een nulsituatie-onderzoek;
  • Het checken van uw compliance situatie met betrekking tot bouw- en/of milieurecht (Bouwbesluit, PGS-richtlijnen, e.a.);
  • Het uitvoeren van een risicoanalyse en onderzoek naar de meest effectieve brandveiligheidsmaatregelen;
  • Het ondersteunen bij gesprekken met stakeholders zoals bevoegd gezag, brandweer en verzekeraars.

Heeft u nog vragen of bent u benieuwd wat Oostkracht 10 u voor advies geeft met het oog op brandveiligheid? Neem contact met ons op. Onze professionals staan u graag te woord.

Persoonlijk advies?

Tom

Neem dan contact op met

Tom Reijers

Of mail Tom