Al sinds Brandweer over Morgen (2010) zijn veiligheidsregio’s – en in mindere mate omgevingsdiensten – bezig om méér risicogericht te gaan werken. Een voorlopig hoogtepunt in deze ontwikkeling was het landelijke Programma Risicogerichtheid, met praktische hulpmiddelen zoals het Model Risicogericht werken (2023) en het Systeem van risicogericht werken (2024). Na 15 jaar is het een goed moment om de balans op te maken.
Want waar staan we nu? In hoeverre is risicogericht werken inmiddels dominant in de organisatie en uitvoering van risicobeheersing?
In gesprekken met adviseurs van veiligheidsregio’s merken we dat er nog veel onzekerheid is. Onzekerheid over waar we precies staan, wat er nodig is om écht risicogericht te werken – inhoudelijk én qua vaardigheden – maar vooral over de vraag: wat bedoelen we eigenlijk met risicogericht werken?
Onze indruk is dat veel van deze onzekerheid samenhangt met het feit dat ‘risicogericht werken’ in de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een containerbegrip. Afhankelijk van je positie binnen een veiligheidsregio verschillen het perspectief en de onderliggende motieven. Wij onderscheiden drie dominante varianten.
1. Risicogericht werken als strategische herpositionering
Door maatschappelijke opgaven als klimaatverandering, energietransitie en woningbouw verschuift de aandacht voor veiligheid naar nieuwe, soms nog onbekende risico’s. Veiligheidsregio’s richten zich naast klassieke thema’s als brand- en omgevingsveiligheid steeds vaker op bredere risico- en crisistypen uit het regionaal risicoprofiel.
De Omgevingswet biedt bovendien meer ruimte om risico’s als natuurbrand en overstromingen ruimtelijk mee te wegen. We zien regio’s inspelen op deze ontwikkeling door meer multidisciplinair samen te werken, veiligheid en gezondheid nadrukkelijker te verbinden of risico- en crisisbeheersing organisatorisch te integreren.
In deze context is risicogericht werken vooral een antwoord op een positioneringsvraagstuk: wat is risicobeheersing in een veranderend speelveld? Hier gaat het minder om prioritering en meer om identiteit en strategische koers.
2. Risicogericht werken als allocatiemechanisme
Tegelijkertijd speelt een ander vraagstuk: schaarste. Zeker in tijden van financiële druk bij gemeenten wordt de vraag urgenter waar tijd en middelen vanuit veiligheidsoogpunt het best kunnen worden ingezet.
Met name in toezicht op brandveiligheid is dit zichtbaar. Objecten worden al jaren geprioriteerd op basis van risico en kwetsbaarheid, met bijbehorende toezichtsfrequenties en controlediepgang. Steeds vaker wordt gewerkt met verschillende toezichtsniveaus: hoe hoger het risico, hoe intensiever de controle.
In deze variant is risicogericht werken vooral een antwoord op een capaciteitsvraagstuk. Het gaat om transparant prioriteren en het accepteren dat niet alles met dezelfde intensiteit kan worden opgepakt. Daarmee raakt het aan een bestuurlijk gevoelige kwestie: differentiatie betekent ook dat sommige risico’s minder aandacht krijgen.
3. Risicogericht werken als professionaliseringsslag
Een derde ontwikkeling zien we in de inhoudelijke verdieping van het vakgebied, met name binnen brandpreventie. Waar voorheen vooral regelgeving werd getoetst, wordt brandveiligheid steeds vaker benaderd vanuit brandveiligheidskunde en fire engineering.
Met modellen, data en risicoanalyses worden gelijkwaardigheidsverzoeken onderbouwd en beoordeeld. Het professioneel beoordelen van complexe situaties vraagt niet alleen kennis van regels, maar ook inzicht in kans, effect en onzekerheid. In deze context is risicogericht werken een antwoord op een vakmanschapsvraagstuk.
Drie perspectieven, één begrip
Op zichzelf zijn deze drie ontwikkelingen logisch en waardevol. Onduidelijkheid ontstaat wanneer ze onder één noemer worden gebracht zonder expliciet te maken welk vraagstuk centraal staat.
Zolang strategische herpositionering, capaciteitsprioritering en professionalisering door elkaar lopen, praten we over hetzelfde begrip, maar niet over hetzelfde probleem. Dat kan verklaren waarom risicogericht werken na 15 jaar nog steeds onderwerp van gesprek is, maar minder zichtbaar is in fundamentele keuzes over capaciteit, organisatie en competenties.
Misschien ligt de kern van de huidige onzekerheid niet in het ontbreken van modellen of instrumenten, maar in het uitblijven van een expliciete keuze. Willen we primair positie kiezen in een veranderend speelveld? Transparant verantwoorden hoe we schaarse middelen inzetten? Of bepalen welke kennis en vaardigheden onze adviseurs in de toekomst nodig hebben?
Misschien is het tijd om niet langer te vragen hoe we risicogericht werken, maar eerst te bepalen welk probleem we ermee willen oplossen. Pas als die keuze expliciet is, kan risicogericht werken meer worden dan een ambitieus containerbegrip.
Deze blog is geschreven door Tom Reijers beleidsadviseur bij Oostkracht10. Wil je in contact komen met Tom? Mail hem dan op tom@oostkracht10.nl of bel naar 085 – 070 47 32.