“Afval is nooit voorspelbaar. Je weet simpelweg niet wat erin zit.” Aan het woord is Romek Franck, Health & Safety Adviseur bij ARN. Daar verwerken ze afval op verschillende manieren: verbranden, composteren, vergisten, luiers verwerken en afvaloverslag. Dat brengt risico’s met zich mee. “We werken met gevaarlijke stoffen, intern transport met grote shovels, werken op hoogte en reststoffen vanuit de verbranding,” zegt Romek. “Dat zijn serieuze risico’s.” Om medewerkers bewust te maken van risico’s en veiligheid, werkt ARN al jaren samen met Oostkracht10.
Realistische scenario’s
“Al sinds het begin van Oostkracht10 verzorgen we trainingen en oefeningen bij ARN,” vertelt Gerjan de Ruiter, destijds adviseur bij Oostkracht10. “Vroeger draaide dat vooral om ontruimen en brandjes blussen. De afgelopen jaren kwam er steeds meer behoefte aan het oefenen met gevaarlijke stoffen.” Niet alleen droge stof of theorie: “Het afgelopen jaar hebben we medewerkers echt in simulaties geplaatst, bijvoorbeeld een scenario met een lekkage van zwavelzuur. Dan laten we mensen handelen alsof het echt gebeurt.”
Zwavelzuur over je kleding
“We oefenen dan letterlijk bij de zwavelzuurtank,” zegt Gerjan. “Eén van ons speelt slachtoffer en heeft zogenaamd zwavelzuur (in de vorm van water) over zich heen gekregen.” De BHV’ers weten vooraf niet precies wat ze aantreffen. “We zetten ze redelijk blanco in de situatie,” vertelt Gerjan. “Dan moeten ze samen analyseren: wat gebeurt hier? De één ontfermt zich over het slachtoffer, iemand anders belt hulpdiensten en weer iemand anders zet de omgeving af.” Soms zit er nog een extra verrassing in het scenario verwerkt. “Dan roept het slachtoffer ineens: ‘En Berend dan?!’” lacht Gerjan. “Dan realiseren deelnemers zich pas dat er nog een slachtoffer moet zijn.”
Niet zomaar wat oefenen
Volgens Romek zit de kracht vooral in de voorbereiding. “We hebben samen echt goed nagedacht over wat we wilden leren. Welke doelen hebben we? Welke scenario’s passen daarbij? Wat moeten mensen meenemen uit zo’n training? Gerjan en ik zijn samen de locatie op gegaan, hebben foto’s gemaakt en het scenario helemaal uitgewerkt. Het was gewoon een prettige samenwerking en het contact was lekker informeel.” En dat bleef niet onopgemerkt binnen ARN. “Ik heb van directie tot werkvloer alleen maar positieve reacties gehoord. Mensen vonden het anders dan anders. Relevant en leerzaam en niet weer hetzelfde standaard BHV-rondje.”
Van papier naar praktijk
Voor zowel Romek als Gerjan zit daar misschien wel het leukste van hun werk. “Je bent constant bezig met de vraag: wat staat er op papier en hoe breng je dat naar de praktijk?” zegt Romek. “Dat maakt dit vak juist zo afwisselend.”
Gerjan herkent dat. “Ik vind die praktische aanpak heel leuk. Niet alleen achter een bureau een rapport schrijven, maar echt buiten bezig zijn. Lastige wet- en regelgeving vertalen naar iets wat mensen begrijpen.” En soms mag het ook best een beetje uitdagend worden. Gerjan vertelt over een scenario waarbij een slachtoffer midden in een plas diesel zat. “Dan moeten BHV’ers keuzes maken. Help je eerst het slachtoffer? Of voorkom je eerst een milieurisico of brandgevaar? Juist die dilemma’s maken zo’n oefening interessant.”
Bewust onveilig?
“Uiteindelijk draait veiligheid heel vaak om gedrag,” zegt Romek. “Niemand staat ’s ochtends op met het idee: vandaag ga ik bewust onveilig werken. Maar mensen willen dingen snel doen of zijn gewend geraakt aan bepaalde situaties. 95 tot 98% van alle gedrag ontstaat onbewust. Juist daarom zijn realistische oefeningen belangrijk. Je wilt mensen bewust maken, niet alleen van regels, maar naar het waarom achter die regels.”
Het cirkeltje rond
Bij ARN speelt ook de ARIE-regelgeving een belangrijke rol: aanvullende regels voor bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Oostkracht10 ondersteunt ARN daarbij, onder andere met beleidsstukken en veiligheidsstudies. Volgens Gerjan sluiten alle onderdelen mooi op elkaar aan. “Zo maken we het cirkeltje eigenlijk constant rond,” aldus Romek, die met deze woorden dit gesprek ook mooi rond maakt.
"Wil je meer weten?"
