28 januari 2026

Hoewel gemeentelijke bestuurders primair verantwoordelijk zijn voor het beschermen van hun inwoners tegen omgevingsrisico’s zoals branden, explosies of overstromingen, vindt het gesprek over omgevingsveiligheid in de praktijk vaak elders plaats. Niet in de raadszaal of tijdens collegevergaderingen, maar aan omgevingstafels, in projectgroepen en ambtelijke overleggen. Daar zijn het veelal adviseurs van omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s die het veiligheidsbelang moeten agenderen.

Dat is geen comfortabele positie. Enerzijds zijn zij dé inhoudelijke experts en kennishouders. Anderzijds dragen zij niet de formele beleidsverantwoordelijkheid; die ligt bij de gemeente. In discussies over gemeentelijke visies op omgevingsveiligheid is kennis soms doorslaggevend, maar vaak wordt – om begrijpelijke redenen – anders besloten. Veiligheidsmaatregelen kosten geld, vragen ruimte en kunnen worden gezien als belemmerend voor gewenste ontwikkelingen.

Juist in dit spanningsveld rijst de vraag waarom omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s, ondanks het ontbreken van formele verantwoordelijkheid, zélf een visie of beleid zouden ontwikkelen op omgevingsveiligheid. Het antwoord is niet inhoudelijk, maar strategisch.

Integraal werken verschuift invloed

De Omgevingswet is niet alleen een juridische herziening, maar vooral een herverdeling van invloed. Door integrale planvorming in één omgevingsvisie en één omgevingsplan worden uiteenlopende belangen – zoals wonen, economie, energie en veiligheid – vroegtijdig tegen elkaar afgewogen.

Waar voorheen sectorale adviezen naast elkaar lagen en bestuurlijke keuzes volgden, ontstaat nu de behoefte om bestuurders al vroeg één integraal voorstel voor te leggen. Daarmee verschuift de feitelijke besluitvorming naar voren in het proces, vaak nog voordat sprake is van concrete plannen of vergunningaanvragen.

Voor adviseurs omgevingsveiligheid betekent dit, meer nog dan voorheen, dat wie niet tijdig aan tafel zit of daar geen helder verhaal heeft, het risico loopt dat de ruimte voor veiligheid al is ingeperkt voordat het gesprek zichtbaar wordt.

Het spel van beïnvloeding

Effectief agenderen van omgevingsveiligheid vraagt onder de Omgevingswet meer dan technisch adviseren alleen. Het vraagt om strategisch denken en handelen, en om aanwezigheid op meerdere niveaus: operationeel, tactisch én bestuurlijk.

Tegelijkertijd zijn veel omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s ingericht op efficiënt, specialistisch en vooral reactief werken. Die inrichting wringt met een praktijk waarin steeds nadrukkelijker proactieve beïnvloeding wordt gevraagd. Zonder expliciete visie wordt die beïnvloeding afhankelijk van individuele adviseurs en hun persoonlijke stijl en netwerk.

De knikkers: waarom een eigen visie nodig is

In een stelsel waarin veiligheid steeds vaker onderwerp is van een ambtelijke afweging, is het ontbreken van een eigen visie óók een keuze. Zonder beleidsmatig kader wordt omgevingsveiligheid een onderhandelbaar belang, dat per project anders kan uitpakken.

Een eigen visie op omgevingsveiligheid biedt helderheid over de inzet van advisering. Niet om gemeentelijk beleid te vervangen, maar om expliciet te maken waar de omgevingsdienst of veiligheidsregio voor staat en waar grenzen liggen. Dat legitimeert vroegtijdige betrokkenheid, ongevraagd adviseren en het benoemen van ongemakkelijke risico’s.

Inhoudelijk kan zo’n visie antwoord geven op kernvragen: welke omgevingsrisico’s vinden wij relevant, waar liggen voor ons rode lijnen in de ruimtelijke ordening en onder welke voorwaarden achten wij ontwikkelingen verantwoord? Strategisch zorgt het voor consistentie en voorspelbaarheid en maakt het de advisering minder afhankelijk van individuele professionals.

Daarbij speelt voor veiligheidsregio’s een belangrijke asymmetrie: zij beslissen niet over ruimtelijke keuzes, maar worden bij incidenten en crises wel aangesproken op de gevolgen ervan. Juist dat maakt vooraf positioneren noodzakelijk.

Machiavelli aan de omgevingstafel

Het veranderde speelveld vraagt om een andere houding van omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s: minder reactief en meer positionerend. Een eigen visie op omgevingsveiligheid, uitgewerkt in beleid, is daarbij geen eindpunt maar een randvoorwaarde.

Een beetje meer Machiavelli aan de omgevingstafel is geen cynisme, maar realisme. Mits gecombineerd met een socratische houding: scherp op de eigen positie, helder over de inzet en bereid om het veiligheidsbelang expliciet te maken wanneer dat schuurt met andere belangen.

 

Deze blog is geschreven door Tom Reijers beleidsadviseur bij Oostkracht10. Wil je in contact komen met Tom? Mail hem dan op tom@oostkracht10.nl of bel naar 085 –  070 47 32.

Terug naar nieuws overzicht