17 juni 2021

Oostkracht10 heeft al verschillende participatieprocessen met veel plezier georganiseerd. Want participatie zorgt voor integraliteit en daarmee voor meer kwaliteit, toch? Vorig jaar heb ik onderzocht of participatie ook deze meerwaarde heeft bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA). In dit tweeluik deel ik mijn bevindingen.

Wanneer iemand een vergunning aanvraagt voor een OPA, wordt hij of zij gestimuleerd om participatie te organiseren. De aanvrager moet het voor de omgeving mogelijk maken om haar zienswijze in te brengen. Bijvoorbeeld voor burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheidsinstanties.

Het bevoegd gezag kan participatie alleen verplichten wanneer een activiteit niet voldoet aan het omgevingsplan van de gemeente (buitenplanse OPA). Dat insinueert dat de zienswijze van de omgeving bij een binnenplanse OPA niet relevant wordt bevonden. De omgeving is immers al betrokken geweest bij het opstellen van het omgevingsplan. De gemeente moet bij de vaststelling van dit plan beschrijven hoe ze de omgeving hebben betrokken en wat de resultaten zijn. Een binnenplanse OPA, die voldoet aan de regels van het omgevingsplan, moet dan geen verrassingen meer kennen voor de omgeving. De vraag is in hoeverre gemeenten het eens zijn met deze insinuatie.

De meerwaarde van participatie

Voor mijn onderzoek heb ik met dertien medewerkers van verschillende gemeenten gesproken. Één van hen geeft aan participatie bij een binnenplanse OPA overbodig te vinden. De overige medewerkers geven vijf redenen waarom participatie in hun ogen wél belangrijk is:

  1. Een vergunningaanvraag voor een binnenplanse OPA kan details bevatten die nooit zijn besproken binnen het participatieproces van het omgevingsplan;
  2. De belanghebbenden bij een binnenplanse OPA hoeven niet dezelfde personen te zijn als de belanghebbenden die betrokken waren bij het participatieproces van het omgevingsplan;
  3. Het is voor belanghebbenden makkelijker om mee te praten over een concrete vergunningaanvraag dan over een globaal omgevingsplan, omdat de gevolgen voor hun omgeving beter in te schatten zijn;
  4. Na vaststelling van het omgevingsplan kunnen de zienswijzen van belanghebbenden vrij snel weer veranderen, terwijl het omgevingsplan niet met dezelfde snelheid aangepast kan worden;
  5. Het achterwege laten van participatie past niet bij de strekking van de Omgevingswet. Het leveren van lokaal maatwerk krijgt een prominente rol. Een gemeente is zonder inspraak van belanghebbenden niet altijd in staat om maatwerk te leveren.

Controle of vertrouwen

Maar wat als een binnenplanse vergunningaanvrager daadwerkelijk een participatieverslag met zijn vergunningaanvraag meelevert? Vertrouwen we de aanvrager er op dat participatie op een behoorlijke manier heeft plaatsgevonden? Controle past namelijk niet bij de filosofie van de Omgevingswet. Bovendien is het juridisch gezien niet mogelijk om sancties op te leggen. Een ruime meerderheid van de medewerkers wil daarom uitgaan van vertrouwen, want:

  1. De vergunningaanvrager komt zichzelf tegen tijdens de bezwaarprocedure, wanneer belanghebbenden alsnog de kans hebben om hun zienswijze in te brengen;
  2. Controle vermindert het maatwerk dat een vergunningaanvrager kan leveren, want bij controle zullen er al snel standaard eisen ontstaan;
  3. Controle is te arbeidsintensief, vooral nu veel gemeenten te maken hebben met bezuinigingen.

Participatie stimuleren

In plaats van controle, geven de medewerkers aan dat ze zich willen richten op stimuleren. Maar hoe doe je dat als er geen participatieplicht geldt? Deze vraag heb ik onderzocht door een vragenlijst uit te zetten onder honderd (voormalige) vergunningaanvragers. In deel twee van dit tweeluik zal ik de resultaten van die vragenlijst bespreken.

Hulp nodig bij jouw participatievraagstuk?

Hieronder lees je meer over onze projecten waarbij participatie een grote rol heeft (gespeeld):

Participatie organiseren?

Nandi
Terug naar nieuws overzicht